Talent ontwikkelen met hoofd, hart en handen
Passend onderwijs
 
Met ingang van 1 augustus 2014 is het Passend Onderwijs van start gegaan. We geven u in dit stuk een samenvatting van de veranderingen uit het Schoolondersteuningsprofiel.
Het schoolbestuur RBOB maakt deel uit van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs met de naam Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Weert en Nederweert.
Het Samenwerkingsverband zetelt aan de
Molenakkerdreef 103, te Weert.
Telefoon: 06 218 19 868
E-mail:
secretariaat@centroz-weert.nl

Passend onderwijs is er voor alle leerlingen. In de praktijk gaat het vooral om leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een verstandelijke beperking , een chronische ziekte of bijvoorbeeld gedrags- of leerproblemen. Maar ook hoogbegaafdheid kan aanleiding zijn om extra ondersteuning te organiseren. Voor de meeste leerlingen is er door de invoering van passend onderwijs in de dagelijkse praktijk weinig veranderd. Wel verandert mogelijk de organisatie van de ondersteuning op school en worden er op termijn minder kinderen doorverwezen naar het speciaal onderwijs, omdat het samenwerkingsverband de ambitie heeft om voor zoveel mogelijk leerlingen thuisnabij het passend onderwijsaanbod te realiseren.
 
Zorgplicht
Schoolbesturen hebben vanaf 1 augustus 2014 zorgplicht. Dit betekent dat de scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die bij de school staat ingeschreven of is aangemeld en die extra ondersteuning nodig heeft, een passend onderwijsaanbod krijgt. Dit houdt in dat na aanmelding de school eerst zorgvuldig gaat onderzoeken wat uw kind nodig heeft en of de school die ondersteuning zelf kan realiseren, eventueel met ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband. Als de school de ondersteuning niet zelf kan bieden en aangeeft dat uw kind het beste naar een andere school kan gaan, moet de school, na overleg met u, zorgen dat er een andere school gevonden wordt die wel een passend aanbod kan doen en uw kind kan toelaten. Dit kan een andere basisschool zijn, maar ook een school voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. Goed overleg met de ouders is in deze situatie uiteraard belangrijk.

Visie op ondersteuning
In Nederland waren we gewend aan een proces van verwijzing en toewijzing dat is gebaseerd op de vraag wat er met het kind aan de hand is. Op basis van handelingsverlegenheid van de school en kindkenmerken werden besluiten genomen over verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs of de toekenning van een rugzakbekostiging als de leerling ondanks indicatie op de basisschool blijft. Sinds 1 augustus 2014 kijken we niet meer naar wat er met het kind aan de hand is, maar proberen we de vraag te beantwoorden welke extra onderwijsbehoefte de leerling heeft en welke extra ondersteuning dan geregeld moet worden. De handelingsverlegenheid van de school is dan niet langer een criterium voor indicatie, maar meer een signaal dat de leerling een beter passend onderwijsaanbod nodig heeft.

Binnen elke RBOB school is een IB-er aanwezig die een intensief contact heeft met een aan de school gekoppelde orthopedagoog vanuit RBOB. Vanaf 2017 wordt het aantal orthopedagogen uitgebreid. Hierdoor is het mogelijk per cluster scholen 1 orthopedagoog aan te stellen. Afhankelijk van de schoolgrootte is de orthopedagoog in de drie of vier weken aanwezig. De orthopedagoog bespreekt samen met de ondersteuningscoördinator en de leerkracht de ondersteuningsbehoefte van leerlingen. Via de leerkracht worden de ouders geïnformeerd over de verdere ontwikkelingen van hun kind of in sommige gevallen zijn ook ouders en/of externe deskundigen aanwezig. Voor elke leerling met een specifieke ondersteuningsbehoefte wordt een groeidocument opgesteld. Sommige leerlingen komen in aanmerking voor een eigen ontwikkelingsperspectief.
 
De orthopedagogen maken deel uit van het expertiseteam RBOB bestaande uit interne en externe deskundigen (Ambulant begeleiders). Elke school kan hier via de orthopedagoog van de school met vragen terecht.
 
Samenwerking met de ouders
De invoering van de Wet Passend Onderwijs leidt tot een andere positionering van de ouders in trajecten van toeleiding, verwijzing en extra ondersteuning. Indien uw kind meer ondersteuning nodig heeft dan de basisondersteuning van de school, dan moet de school op basis van de zorgplicht in actie komen. Dit betekent dat de school de verantwoordelijkheid heeft te onderzoeken welke onderwijsbehoeften de leerling heeft en op welke manier daarop een passend antwoord kan worden gegeven. Uiteraard betrekt school van meet af aan de ouders in dit traject. Het onderzoek naar onderwijsbehoeften kan leiden tot verschillende uitkomsten, te weten:
 
  1. De leerling blijft op school met begeleiding vanuit de basisondersteuning;
  2. De leerling blijft op school met extra ondersteuning, een arrangement;
  3. De leerling gaat naar een andere basisschool;
  4. Als optie 1, 2 en 3 niet toereikend zijn kan verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs worden overwogen
  5. De leerling wordt aangemeld bij de commissie voor toelaatbaarheid verklaringen voor plaatsing op school voor speciaal basisonderwijs;
  6. Als het speciaal basisonderwijs niet voldoende tegemoet kan komen aan de onderwijsbehoeften is mogelijk plaatsing op een school voor speciaal onderwijs aan de orde
  7. Als een leerling zorg nodig heeft die buiten het samenwerkingsverband valt wordt de leerling aangemeld bij de commissie voor onderzoek voor toelaatbaarheid tot speciaal onderwijs voor blinde en slechtziende en dove en slechthorende en spraak/taalgebrekkige leerlingen, dan wel voor een arrangement voor de leerling in de basisschool.
 
Voor de eerste vijf trajecten zijn wettelijk afspraken gemaakt over de positionering van ouders en kunnen ouders zich beroepen op een mogelijk geschil. Het traject met betrekking tot de aanmeldingen voor toelaatbaarheid tot speciaal onderwijs voor blinde en slechtziende en dove en slechthorende en spraak/taalgebrekkige leerlingen, dan wel voor een arrangement voor de leerling in de basisschool valt buiten de wettelijke bevoegdheden van het samenwerkingsverband passend onderwijs.
Met betrekking tot de eerste vijf trajecten kunnen ouders na 1 augustus 2014 verschillende commissies benaderen.
  • Geschillencommissie Passend Onderwijs. Deze commissie beslecht geschillen in po, vo en (v)so, over toelating van leerlingen, die extra ondersteuning behoeven, de verwijdering van leerlingen en het ontwikkelingsperspectief.
  • Bezwaaradviescommissie toelaatbaarheidsverklaring. Het samenwerkingsverband heeft een eigen bezwaaradviescommissie ingericht, waartoe ouders zich kunnen richten bij een bezwaar tegen een besluit over een toelaatbaarheids-verklaring. Bij deze bezwaren-commissie kunnen ouders en/of scholen terecht alvorens een stap te zetten naar de genoemde Geschillencommissie Passend Onderwijs. 
    Ouders behouden daarnaast de mogelijkheid om hun klacht voor te leggen aan het College voor Mensenrechten en Gelijke Behandeling en om een beroep aan te tekenen bij de rechter.
     
    Schoolondersteuningsprofiel(SOP)
    Iedere school stelt binnen passend onderwijs een ondersteuningsprofiel op, waarin de school beschrijft welke ondersteuning zij kan bieden en hoe deze ondersteuning is georganiseerd. In het schoolondersteuningsprofiel is af te lezen in welke mate de school of het bestuur momenteel de basisondersteuning op eigen kracht of met hulp van externe deskundigen kan bieden. Aan de hand van dit profiel maakt de school ook duidelijk of de school zich wil specialiseren in een bepaald type ondersteuning of in principe een school wil zijn voor alle leerlingen als het passend onderwijsaanbod kan worden gerealiseerd. De medezeggenschapsraad heeft adviesrecht op het vaststellen van het schoolondersteuningsprofiel Het ondersteuningsprofiel wordt elke vier jaar binnen alle scholen van het samenwerkingsverband herzien.
    Het schoolondersteuningsprofiel speelt een rol in het toelatingsbeleid van de school en is voor ouders een informatiebron die geraadpleegd kan worden als zij op zoek zijn naar een school voor hun kind.

 

OPR
De ondersteuningsplanraad is een speciale medezeggenschapsraad van het samenwerkingsverband. De ondersteuningsplanraad heeft instemmingsrecht op (vaststellen of wijzigen van) het ondersteuningsplan. In de ondersteuningsplanraad zitten ouders en leraren. De leden van deze raad moeten ouders, personeelsleden zijn van een school in het samenwerkingsverband. De leden van de ondersteuningsplanraad worden afgevaardigd door de medezeggenschapsraden van de scholen die deelnemen in het samenwerkingsverband, maar hoeven zelf niet noodzakelijk uit een van die MR'en afkomstig te zijn.