Talent ontwikkelen met hoofd, hart en handen
Lezen

Technisch lezen
Voor het technisch leesonderwijs gebruiken wij op school de methode Station Zuid. Dit is een methode voor voorgezet technisch lezen, waarmee de kinderen van groep 4 t/m 8 op een effectieve ťn stimulerende manier (verder) leren lezen. Naast een complete leerlijn voor technisch en vloeiend lezen bevat de methode een unieke leerlijn leesbevordering en literatuureducatie.  In groep 6 krijgen de kinderen 3 keer per week een les uit deze methode. Een basisinstructieles, een leesbevorderingsles en een herhalingsles.








Station Zuid is de naam van de methode. Maar het is ook de naam van een oude brandweerkazerne in het fictieve stadje Zummel. Daar beleven de hoofdpersonages van de luisterverhalen, Flo, Max, Tjeng, Anna en Melvin allerlei spannende avonturen. Samen hebben ze De Brandweerclub opgericht. In de klas luisteren de kinderen naar hun belevenissen.  Om de week eindigt een aflevering van De Brandweerclub met een heuse cliffhanger. Tegelijk verschijnt de url http://www.debrandweerclub.nl/ op het digibord en een Ďgeheimeí code. Met die code kunnen de kinderen thuis verder lezen op de gratis website.

Eťn, twee of drie sterren?
De methode heeft aandacht voor de zwakkere lezers ( *-kinderen), door extra opdrachten en extra instructie van de leerkracht.
Voor de gemiddelde lezers ( **-kinderen) staan er in het werkboek extra oefeningen en voor de sterke lezers ( ***-kinderen) zijn er oefeningen die wat abstracter zijn en moeilijkere woorden, zinnen en teksten bevatten. Daarnaast krijgen deze kinderen ook steeds een speciale opdracht ter voorbereiding op de leesbevorderingsles.

Nieuwsgierig geworden omtrent deze methode? Bekijk dan dit filmpje waarin een methodespecialist in 10 minuten vertels hoe Station Zuid is opgebouwd:





Begrijpend lezen
Op school gebruiken wij de methode Grip op Lezen.
Deze methode hanteert een  7-tal leesstrategieŽn. De kinderen krijgen hiermee zelfvertrouwen en worden betere lezers. De 7 leesstrategieŽn van Grip op lezen zijn:

1.
Doel bepalen: Waarom lees ik de tekst?
2. Voorspellen: Waar taat de tekst over?
3. Voorkennis ophalen: Wat weet ik al over het onderwerp?
4. Herstellen: Wat doe ik als ik het niet meer snap?
5. Vragen stellen: Welke vragen zie ik?
6. Visualiseren: Welk plaatje past bij de tekst?
7. Samenvatten: Hoe vat ik de tekst samen?


Elke leesstrategie komt in elk leerjaar van groep 5 tot en met 8 terug.
De strategieŽn worden steeds verder uitgebreid.

 

Tips bij het oefenen met lezen

  • Zoek in de bieb naar leuke boeken op het niveau van het kind. De niveaus staan in de bieb op de boeken aangegeven en anders even informeren bij een medewerker.
  • Begin zoveel mogelijk op een vast tijdstip, dit geeft duidelijkheid voor je kind. Probeer dagelijks maximaal 15 minuten te lezen. Het is effectiever om dagelijks kortstondig te lezen dan eens in de week een uur lang.
  • Laat je kind niet worstelen met een moeilijk woord. Zeg het woord voor en laat je kind het woord nogmaals lezen.
  • Om het voor je kind zo leuk mogelijk te houden sluit je het lezen positief af. Dit kan bijvoorbeeld door je kind voor te lezen. Kinderen kunnen intens genieten van een verhaal en van de aandacht die ze krijgen tijdens het voorlezen.
  • Voor kinderen die moeite hebben met lezen kan 'herhaald lezen' ook goed werken om het leestempo op te krikken. Enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet.  Gecombineerd met een beloningssysteem is dit vaak effectief.
  • Laat je kind eens lezen op de iPad of E-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat de lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.