Talent ontwikkelen met hoofd, hart en handen
Rekenen:

Doelstellingen voor het eerste halfjaar van groep 7 (blok 1 tot en met 6)

Basisvaardigheden
De kinderen kunnen:
• optellen en aftrekken tot en met 10 000 op een eigen manier;
• gebruikmaken van strategieën voor handig vermenigvuldigen (verdubbelen, halveren, één keer meer/minder en vermenigvuldigen naar analogie);
• bij het kolomsgewijs delen gebruikmaken van een verkorte notatievorm;
• bij grotere delingen en vermenigvuldigingen gebruikmaken van analogieën;
• optellen en aftrekken met kommagetallen in de context van geldbedragen;
• gebruikmaken van handige strategieën bij grote deeltafels (bijvoorbeeld de verdeelregel en naar analogie);
• het verschil bepalen tussen twee kommagetallen.


Meten
De kinderen kunnen:
• nauwkeurig meten met een liniaal;
• rekenen met geld in toepassingssituaties;
• de gewichtseenheden kilogram en gram herleiden (een gegeven hoeveelheid kilogram omzetten in aantal gram en andersom);
• de digitale en analoge kloktijden aflezen;
• de wijzerstand van een tijdstip in een analoge klok tekenen;
• de temperatuur in graden Celsius aflezen van een koortsthermometer en de temperatuur noteren als kommagetal in tienden nauwkeurig;
• een treintabel aflezen;
• eenvoudige lijngrafieken tekenen, lezen en interpreteren.


Verhoudingen/procenten/breuken
De kinderen kunnen:
• met behulp van schaalwaarde de werkelijke afmeting bepalen;
• in eenvoudige verhoudingscontexten de te vergelijken grootheden benoemen en uitrekenen met behulp van een verhoudingstabel;
• eenvoudige breuken waarvan de teller groter is dan 1 in contexten herkennen en benoemen;
• eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken en deze uitdrukken in een percentage (bijvoorbeeld j is 50%);
• een gegeven percentage aanvullen tot het geheel (100%);
• eenvoudige percentages berekenen;
• breuken benoemen en berekenen als deel van geheel;
• gegeven percentages inkleuren op een strook.

 

Doelstellingen voor het tweede halfjaar van groep 7 (blok 7 tot en met 12)

Getalbegrip
De kinderen kunnen:
• kommagetallen op de getallenlijn plaatsen;
• cijfers in posities achter de komma benoemen;
• posities in kommagetallen benoemen in tienden, honderdsten en duizendsten;
• kommagetallen op de juiste wijze aflezen en in een positieschema plaatsen. 


Basisvaardigheden
De kinderen kunnen:
• (komma)getallen halveren en verdubbelen;
• optellen en aftrekken met twee kommagetallen;
• het gemiddelde berekenen door de waarnemingen bij elkaar te tellen en deze uitkomst door het aantal waarnemingen te delen;
• kommagetallen vermenigvuldigen met 10 en met 100;
• (komma)getallen delen door 10 en door 100;
• uit contexten vermenigvuldigingen halen en deze via handig rekenen of kolomsgewijs vermenigvuldigen oplossen;via aanvullen of aftrekken, eventueel met behulp van de getallenlijn, het verschil bepalen tussen twee kommagetallen


Meten
De kinderen kunnen:
• nauwkeurig afmetingen tot in centimeter en millimeter bepalen;
• de werkelijke afmetingen bepalen op basis van een schaal;
• de oppervlakte en de omtrek bepalen en berekenen;
• geldbedragen optellen en aftrekken;
• geldbedragen vermenigvuldigen met en delen door een heel getal;
• geldbedragen bij elkaar tellen door te rekenen met 'mooie' getallen;
• geldbedragen gepast betalen.


Verhoudingen/procenten/breuken
De kinderen kunnen:
• gebruikmaken van vermenigvuldigen en delen bij het invullen van verhoudingstabellen;
• ongelijknamige breuken met elkaar vergelijken door gebruik te maken van een strook, de getallenlijn of een verhoudingstabel;
• optellen en aftrekken met gelijknamige breuken;
• bij twee ongelijknamige breuken een bemiddelende grootheid vinden en deze breuken met elkaar vergelijken;
• kortingspercentages uitrekenen en de nieuwe verkoopprijs bepalen;
• de verhouding bepalen tussen benzineverbruik en afgelegde afstand;
• een percentageverdeling nauwkeurig aangeven in een cirkeldiagram;
• vanuit de gegeven percentages en het totaal de bijbehorende aantallen berekenen